In totaal heeft iedere combinatie zes doorgangen. Daarin dienen getoond te worden:
stap: een vlijtige middenstap
draf: bij voorkeur goed voorwaarts gereden met duidelijk zweefmoment
galop: duidelijk in tempo variëren, een mooie versnelling vanuit langzame galop naar rengalop (en weer terug) levert punten op
tölt: tempo naar keuze, het gaat om de uitstraling. Het tonen van meerdere tempi levert wel hogere punten op
telgang: tonen over minimaal 100 m, snel en zeker, bij voorkeur vanuit galop maar dat hoeft niet.
De zesde doorgang kan gereden worden in een gang naar keuze. Dit biedt de ruiter de gelegenheid de beste gang van het paard nog een keer te tonen of een gang die niet zo goed ging op te halen.
Ga naar IJsblog, Proefbeschrijvingen voor algemene informatie over baan, beoordeling, toegelaten hulpmiddelen en kleding onder rubriek 2. Gæðingakeppni algemeen.