Deze proef wordt verreden op een telgangbaan met een lengte van 150 m (met uitloop).
Start
De deelnemers starten één voor één. Op het signaal van de starter rijdt de ruiter naar het 50-meterpunt in een gang naar keuze. Bij het overschrijden van de 50-meterlijn wordt de tijdwaarneming door een optisch signaal gestart. Vanaf dat punt tot aan de finish moet het paard in rentelgang zijn. Er wordt dus over 100 m telgang gevraagd en gemeten. Er zijn twee doorgangen. De beste tijd geldt.
Startvolgorde
Voorafgaand aan de eerste doorgang wordt de startvolgorde geloot. De startvolgorde voor de tweede doorgang wordt bepaald door de verreden tijden in de eerste doorgang. De langzaamste paarden starten het eerst.
Juryleden
Zie P1.
Tijdwaarneming
Zie P1.
Beoordeling
De tijd van de snelste doorgang is de eindtijd. Als twee combinaties dezelfde snelste tijd hebben, dan wordt de plaatsing bepaald door hun op één na snelste tijd. Als een paard tussen het 50-meterpunt en de finish uit telgang is geweest, wordt de betreffende doorgang niet beoordeeld.
Cijfers worden berekend op basis van de volgende formule: (12.00 - t) / 0.60, waarbij t = de tijd van de snelste doorgang met 2 decimalen.
Cijfers kunnen niet hoger zijn dan 10,00 en niet lager dan 0,00.