buitenrijden....
Zondagochtend is 'heilig', dan rijden Annelies en ik ons ritje. Door het dorp, door het veengebiedje, maar het liefst nog door het bos. Deze zondag gingen we weer eens naar het Klooster in ter Apel.
Daar aangekomen blijkt dat het hoofdstel van Freek niet compleet is. Niet compleet?? Nee het is er gewoon niet. Alleen de teugels zitten in de emmer. Annelies wil haar man al het hoofdstel na laten brengen, maar dat vind ik sneu. Ik stel voor dat Freek Visna d'r hoofdstel om krijgt, en dat ik met het halster rij. "Kan dat wel?" vraagt Annelies bezorgd, maar tuurlijk kan dat wel, en Annelies belooft Visna een extra wortel.
Dan gaan we op weg, de gebruikelijke route, maar helaas we missen het paaltje waar we af hadden moeten slaan dus we gaan een stuk langs het kanaal. Er zitten vissers aan de kant, een stel oudere dames met hun honden en er komt een boot langs. Visna kijkt: "heb je dat wel gezien?" denkt ze richting mij maar verder vindt ze het prima. Freek niet, die wil even lullig gaan doen op het moment dat de golven de kant raken. Maar goed dat hij het hoofdstel om heeft, zo kan Annelies hem makkelijk om trekken voor hij het echt op een lopen zet.
Later sluiten we weer aan op de route, en terwijl we in een iets te vlotte tölt (ja ho nou, ik kon Visna nu niet heel erg bij me houden, goeie smoes niet?) achter elkaar rijden zien we iets bruinigs oversteken. "Kijk nou, een hertje" zegt Annelies: "zag je 'm?" Ja, ik zag het 'hertje' wat een jong reegeitje was, zo'n 10 meter stak het voor ons over. Ik wil gaan zeggen "een reetje, Annelies, een reetje!" Maar ik zie aan de twinkel in haar ogen dat ze me plaagt, ze noemt alles hertjes in het bos.
Zo blijkt, als je buiten rijdt zie je nog eens iets. Maar dat gezegd hebbende zijn we niet voorbereid op het stelletje wat lieflijk als één geheel op een grote steen aan een watertje zit.
"Jech, wat klef" zeg ik en Annlies vindt het eigenlijk wel schattig.....
Tot ze ziet wie het zijn. Vent A, die getrouwd is met mevrouw B en 3 kleine kindjes heeft, zit uitgebreid te voozen met snol Y, die ook getrouwd is en niet met meneer A.
Ook zij heeft een gezinnetje. Nou ja, smerige vreemdgangers! Betrapt!
Al weten we niet zeker of we herkend zijn. Tuurlijk bedenken we later verder tijdens de rit dat we fotoos met de mobiel hadden kunnen maken. Dat we ze gewoon heel vriendelijk gedag hadden moeten gaan zeggen en dat we dan naar mevrouw B en meneer Z hadden moeten vragen. En we vragen ons af wat voor smoezen ze naar hun gezinnetjes toe hebben gespuit. "Hij zal wel gezegd hebben, ik ga vissen." bedenk ik, de vissers aan het kanaal in gedachten houdend. "En zij was natuurlijk naar de kerk" verzint Annelies erbij.
We hebben het er op de terugweg in de auto nog over gehad. De ontdekking van de affaire doet ons bijna het leuke ritje vergeten. Maar toch, op dat stukje na was het een heerlijk ritje, verrassend, lekker weertje, leuke paadjes en brave paardjes. Dus we doen het vast nog wel es over!