9.00 De wekker gaat. Vijf minuten later sta ik in rijbroek naast mijn bed.
De honden krijgen eten, de katten worden gevoerd en ook voor mezelf zorg ik voor een ontbijt.
Om iets over half 10 stap ik op de fiets om naar Olland te fietsen.
Zo'n 20 minuten later kom ik daar aan. Enthousiast word ik begroet door Coen en Sabien. Ook Freya en Liv lachen als ze me zien. Na wat gedronken te hebben gaan we aan het 'werk'. De paarden worden uit de wei gehaald, gepoetst en gezadeld.
Klaenger, het paard van Sabien, is voor mij deze keer. Coen neemt zijn eigen merrie Ósk.
Altijd al vond ik Klaenger een prachtig paard met zijn isabelkleurige vacht. Als Coen met hem reed zag het eruit alsof Klaenger danste en zijn danspartner was Coen. Dat gevoel, dat wilde ik ook.
Dansen... Het is ook waar ik mijn vriend leerde kennen... En die vond ik ook vanaf het eerste moment dat ik hem zag erg knap... En hij bleek ook nog eens erg lief te zijn... Zou dat dan ook voor Klaenger gelden?
Het rijden gaat heerlijk. Klaenger lijkt onder me te dansen terwijl hij tölt. Terwijl ik zijn soepele bewegingen onder me voel denk ik terug aan de allereerste keer dat ik op Klaenger stapte.
Het begon al met opzadelen. Klaenger draait constant weg, weigert haast om het zadel op zijn rug aan te nemen. Ik laat me niet ontmoedigen, maar het doet me wel afvragen wat me tijdens de rit nog te wachten staat.
Vooraan het erf stappen we, als altijd, op. Dat paarden weglopen wanneer je erop stapt was ik wel gewend van de manege. Maar Klaenger loopt niet alleen weg, hij steigert ook (zij het laag).
Met wat hulp van Coen zit ik er dan eindelijk op. De ruin voelt onrustig, hij lijkt me te willen zeggen: ik ken jou niet, ik wil jou dus niet op mijn rug.
Tölten lijkt een waar probleem (al was dat ook wel te wijten aan weinig töltervaring op dat moment) Als ik hem twee passen heb, valt hij terug in draf. Ik wil niet met hem vechten, ik trek hem niet in zijn mond. Hij moet wel willen. Hoe verder we komen, hoe beter het gaat, maar rijden zoals ik soms met andere paarden kan, dat zat er toch echt niet in.
Ik mag dan ook niet alleen met hem weg. Sabien geeft als bijkomend argument: 'Als je er nu alleen op zou stappen en hij schrikt, dan hang je in de bomen.' Geen prettig vooruitzicht.
De keren erop gaan steeds beter. Sabien vertelt me ook over zijn jeugd, die we tegenwoordig niet makkelijk zouden noemen. Ik begin hem te begrijpen. En ook als ik hem niet rijd, krijgt hij een knuffeltje van me en praat ik zachtjes tegen hem.
En dan komt de keer dat ik zonder problemen kan opstappen. Hij stond ineens keurig stil, waar hij natuurlijk uitvoerig voor beloond werd. En toen we wegtöltten, leek hij te dansen. Toen kwam een gevoel in me naar boven wat ik nog niet vaak had, alleen met mijn verzorgpaarden (en Gandur en Gandalf). Hij accepteerde mij. Hij leek ineens te weten dat ik hem geen kwaad zou doen, dat ik alleen maar vroeg of hij met mij op zijn rug een rondje door Olland wilde maken. En hij vond het goed.
Nog nooit had ik zo beseft dat paarden af en toe hun ruiter echt uitkiezen. Bij alle andere paarden waarbij ik dit had, leek het er al vanaf het begin te zijn, en voelde het niet zo bijzonder. Maar met Klaenger had ik echt iets bereikt.
Mijn gedachten dwalen verder af, maar het gelukzalige gevoel dat ik een tijdje geleden had, toen ik besefte dat Klaenger me accepteerde, is even terug. De vliegende galop met Coen door het gras maakt dat ik me alleen maar gelukkiger voel.
Even kan ik alles vergeten, de ellende die af en toe in mijn leven kwam doet er niet meer toe.
Klaenger danst voor me, en dat telt.